VO-scholen in Nederland maken een vuist en gaan voor 20-80learning: ontsaaiend, personaliserend en ondernemend onderwijs, dat de leerling en de docent op een (nog) hoger niveau krijgt. Members van het C4 20-80learning vinden op de interne site uitgebreide en permanent in beweging zijnde informatie: modules, lesmateriaal, etc. voor IBC, IAC, ISportC, ISC, BRC en VMBO/ MAVO Business.

Research

Yung Zhao Onderwijsgoeroe USA

Van der Ham heeft contact met de heer dr. Yung Zhao. In 2017-2018 hoopt zij hem te ontmoeten en te spreken over onderwijsvernieuwingen in het algemeen.


Stein Middendorp: deze student Toegepaste Psychologie op de Saxion Hogeschool Deventer doet een onderzoek naar de groei van de executieve vaardigheden van de leerlingen binnen het 20-80learningconcept.


Guusje Slagter: deze studente Communicatie op de Fonys Hogeschool te Tilburg doet een pilot onder 20-80learningleerlingen betreffende Personal Branding als toegevoegde waarde in het 20-80learning-programma.


Reis naar Stockholm: van 9 - 13 februari 2013 is een klein onderzoek gedaan naar het Onderwijssysteem in Zweden. Er werden twee scholen bezocht: het Tensta Gymnasium en het Nacka Gymnasium. 
Gekeken is of het 20-80learning ook toegepast kan worden in Zweden. Het grote verschil tussen Nederland en Zweden is dat er eigenlijk niet van niveauverschillen gesproken mag worden. Men wil iedereen zo lang mogelijk onder een dak hebben en met gelijke kansen. Na de Compulsory School zit men van het 16e - 19e jaar op het gymnasium = Upper Secondary School. Je vindt daar een mix van mbo-, havo-, en vwo-onderwijs. Na het gymnasium heeft een ieder, indien de basisvakken Zweeds, Engels en Wiskunde op het hoogste niveau en met genoeg aantal behaalde punten zijn, toegang tot de University. 


Reis naar India: Van der Ham maakte in oktober 2014 een reis naar Chennai en Coimbatore. Zeer indrukwekkend hoe de verschillen zijn. 


Reis naar Roemenië: samen met 24 ondernemers is Van der Ham naar Cluj geweest. Het was een geweldige ervaring om te zien hoe een stad zich opwerkt. Ook mooi dat er grote ondernemers uit Nederland zijn, die zich daar vestigen. Uiteraard levert het inkomen op, maar wat nog beter is dat het ook Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is. Samen met de heer prof. Dr. Roberto Flören bezocht Van der Ham de universiteit in Cluj; ook hier is het percentage uitvallende studenten hoog. Van der Ham onderzoekt of 20-80learning uitgerold kan worden in Europa: uiteindelijk is het concept Runner Up van Europa geworden. 'En daar moet je dan ook wel wat voor doen', aldus Van der Ham. 


Onderzoek schoolverlaters: Onderzoek, Laura van Houwelingen 2015 - 2016

Volgens de Rijksoverheid (2015) verlieten er in 2002 71.000 jongeren tussen de 12 en 23 jaar hun opleiding zonder startkwalificatie. Dit betekent zonder diploma van het havo, vwo, mbo twee of hoger. Het aantal is gedaald tot 25.950.
De Rijksoverheid vindt dit aantal nog te hoog en wil het aantal in 2016 terugdringen tot maximaal 25.000.
Voortijdig schooluitval kan door drie concepten beïnvloed worden.

Allereerst het cultureel kapitaal, een concept dat door Pierre Bourdieu (1989) bedacht is. Cultureel kapitaal houdt in dat individuen een culturele houding hebben met voorkeuren, smaken en stijlen. Deze zijn gevormd door hun opvoeding. Culturele houdingen kunnen personen toegang geven tot statusgroepen, organisaties of instituten. Tot cultureel kapitaal behoren aangeleerde eigenschappen, boeken en schilderen, certificaten en diploma’s. Volgens Bourdieu heeft een persoon met dominant cultureel kapitaal meer kans op een succesvolle schoolloopbaan. Dit is het culturele kapitaal van de hogere klassen. Scholen hebben voorkeur voor kinderen met dominant cultureel kapitaal. Dit zorgt er echter voor dat jongeren met non-dominant cultureel kapitaal minder kunnen presteren.

Het volgende concept is sociaal kapitaal (Calhoun et al., 2002), ook afkomstig van Bourdieu.  Sociaal kapitaal houdt de netwerken en de contacten van een persoon in, dus bijvoorbeeld familieleden, leeftijdsgenoten, leraren of klasgenoten. Sociaal kapitaal speelt een belangrijke rol tijdens een opleiding en bij de overgang naar de arbeidsmarkt. Contacten kunnen helpen, adviseren en economisch ondersteunen. Een gebrek aan steun van de omgeving kan ervoor zorgen dat jongeren met problemen eerder hun school verlaten. Betrokkenheid van ouders kan lastig zijn wanneer de ouders zelf van een lage opleiding hebben genoten of niet weten wat de opleiding van hun kind inhoudt.

Het laatste concept heeft betrekking tot de push- en pullfactoren (Ravenstein, 1885). Gambetta (1996) geeft in zijn werk een eigen visie op de push- en pullfactoren en past dit toe op voortijdige schoolverlaters. Volgens Gambetta zijn jongeren ‘individuele agenten’ die zich op een bepaalde manier opstellen ten opzichte van gebeurtenissen. Problematische gebeurtenissen hebben vaak een negatief invloed op de schoolloopbaan van jongeren. Toch blijkt de helft van probleemjongeren wel op school te zitten. Deze tweedeling ontstaat door de houding die jongeren aannemen, zij kunnen een inactieve of een actieve houding aannemen. Bij de inactieve houding worden jongeren beperkt door hun omgeving, waardoor ze minder keuzemogelijkheden hebben. Dit wordt ook wel gezien als de pushfactor, omdat de jongeren door hun omgeving gedwongen worden tot bepaalde keuzes. Jongeren met een actieve houding laten zich niet belemmeren door hun problematische situatie. Dit wordt ook wel de pullfactor genoemd. Zij denken aan de toekomst en maken keuzes op basis van hun voorkeuren.

Zoals hiervoor besproken zijn er dus drie concepten die voortijdige schoolverlaters kunnen beïnvloeden. Dit brengt mij tot de volgende probleemstelling: In hoeverre kunnen volgens de praktijkdeskundige cultureel kapitaal, sociaal kapitaal en push- en pull factoren voortijdig schoolverlaten beïnvloeden? Antwoord op deze probleemstelling zal in het interview met Van der Ham naar voren komen. De maatschappelijke relevantie van dit paper is het beter begrijpen van het gedrag van schoolverlaters, waardoor uiteindelijk een verbeterd schoolbeleid ingesteld kan worden. De wetenschappelijke relevantie is het beter inzicht krijgen in de sociologische theorieën.

Bibliografie:

Bourdieu, P. (1989). Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. Amsterdam: Van Gennep

Calhoun, C., Gerteis, J., Moody, J., Pfaff, S., & Virk I. (2002). Contemporary Sociological ` Theory. Oxford: Blackwell Publishers 

Gambetta, D. (1996). Were they pushed or did they jump? Individual Decision Mechanisms in  Education. United States of America: Westview Press

Ravenstein, E. G. (1885). The Laws of Migration. Journal of the Statistical Society of London, 48 (2): 167-235

Rijksoverheid. (2015).  Feiten en cijfers schooluitval. Geraadpleegd op 2 januari 2016, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanval-op-schooluitval/inhoud/feiten-en-cijfers-schooluitval