VO-scholen in Nederland maken een vuist en gaan voor 20-80learning: ontsaaiend, personaliserend en ondernemend onderwijs, dat de leerling en de docent op een (nog) hoger niveau krijgt. Members van het C4 20-80learning vinden op de interne site uitgebreide en permanent in beweging zijnde informatie: modules, lesmateriaal, etc. voor IBC, IAC, IsportC, ISC, BRC en/ of VMBO Business.

Diploma uniek in Nederland bij C4 20-80learning®

Indien een leerling zich goed inzet en leert van zijn ervaringen, ontvangt hij of zij na het volgen van 20-80learningonderwijs een mede door Economische Zaken ondertekend 20-80learning-diploma. 


Ondertekenaars EZ

2010  drs. M. Bergkamp, directeur-generaal Ministerie Economische Zaken
2011 - 2013  drs. R. Zonneveld, directeur Innovatie Ministerie Economische Zaken Landbouw en Innovatie.
2014 - heden drs. P. Waasdorp, directeur Ondernemerschap Economische Zaken


Interview met Pieter Waasdorp over innovatief ondernemerschap

Directeur Ondernemerschap bij het Ministerie van Economische Zaken
Plaatsvervangend directeur Topsectoren en industriebeleid bij Ministerie van EZ
Programma manager Bedrijfslevenbeleid bij Ministerie van EZ
Directeur Kennis en Innovatie bij Ministerie van Economische Zaken

Pieter Waasdorp, EZ

Werkgelegenheid stimuleren
Waasdorp: “Bij innovatie kijk ik vooral naar de toepassing van het plan. Is het haalbaar? Wordt een innovatief businessplan ook gedragen door een capabele ondernemer? Is dat iemand die in staat is om zijn of haar plan daadwerkelijk in de markt te zetten? Want dat vind ik zo leuk aan de opzet van de finale: we zullen de draagkracht van het plan redelijk kunnen inschatten omdat de finalisten zelf hun plannen op de finaledag gaan presenteren. Bovendien ben ik heel benieuwd of de plannen die meedingen naar de prijs van het FlexInnovatieFonds ook goed uitpakken voor de werkgelegenheid. En of ze een bijdrage leveren aan de duurzame economische groei, een van de belangrijkste doelstellingen van het Ministerie van Economische Zaken.

Ondernemen aantrekkelijk maken
Vanuit het ministerie richten wij ons op een goed ondernemingsklimaat. Het moet aantrekkelijk zijn om te ondernemen in ons land voor ons als Nederlanders, maar ook voor buitenlandse ondernemers en investeerders. Op dat punt doen we het in Nederland heel erg goed. In de afgelopen 10 jaar is Nederland een van de meest ondernemende landen van de EU geworden. In 2011 heeft 8,2 % van de beroepsbevolking een onderneming gestart of wenst deze binnenkort te starten. In 2002 was dit nog maar 4,6 %.

 
Hidden champions
Het gros van de bedrijvigheid vindt plaats in bedrijven die al langer bestaan, denk aan Philips, ASML, NXP en anderen. Dat is de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Die zorgen voor de grootste werkgelegenheid. Soms zijn ze helemaal niet zo bekend en zijn het zogenoemde hidden champions. Het Nederlandse bedrijf ASML in Eindhoven is met onder meer wafersteppers zo succesvol dat het marktleider is. De regio Eindhoven, ook wel Brainport genoemd, zit te springen om technisch geschoolde mensen, om human capital. Zoals de voorzitter van de FME altijd zegt: “we hebben gouden handjes en knappe koppen nodig.”
Daaraan zie je dat we op dit moment vooral behoefte hebben aan technisch georiënteerde mensen, die goed zijn opgeleid, zelfstandig kunnen werken, die een leven lang willen leren, zichzelf altijd weer bijscholen en zorgen dat ze inzetbaar blijven.

 
Arbeidsmarkt bepalend voor ondernemingsklimaat
De flexibiliteit en de veerkracht van de arbeidsmarkt is een van de bepalende concurrentiefactoren. Als onderneming moet je niet alleen op prijs concurreren, maar ook continu alert zijn: hoe kan ik kansen in de markt creëren, er flexibel op inspelen met een nieuwe productielijn of een nieuw concept. Daar hoort ook investeren in het juiste personeel bij. Als het goed is, is het personeel de drijvende kracht om vernieuwing in de economie te stimuleren. Ik zie daarom flexibiliteit in brede zin als een belangrijke factor.

 
Internationale concurrentiepositie
Hoe staan wij ervoor internationaal gezien?
“Dat kan verkeren. Terugkijkend las je in de jaren ‘60 overal dat Afrika een zonnige economische toekomst tegemoet zou gaan. Van Azië verwachtte men toen niet veel. Daar was onrust, oorlog, armoede. Nu, 50 jaar later, komt de nieuwste consumentenelektronica uit Zuid-Korea. China is het R&D laboratium én de workforce van de wereld geworden. In India zie je een enorme ICT-ontwikkeling.
De wereldbank heeft er een aantal jaar geleden onderzoek gedaan. Wat bleek? Het ging er vooral om de fundamenten in orde te krijgen. Zo was de spaarquote in Zuid-Korea jarenlang erg hoog. De lonen waren laag, het geld dat mensen verdienden werd op de bank gezet. Daardoor had Korea altijd geld om te innoveren en te investeren. De overheid zorgde voor een stabiele macro-economische omgeving. Er wordt veel geïnvesteerd in onderwijs. Er heerst een cultuur waarin veel drive is bij iedereen om zich te verbeteren en te presteren.
Dat kunnen wij in Nederland natuurlijk ook. We moeten werken aan het verbeteren van de kapitaalmarkt, investeren in innovatie en onderwijs, openstaan voor innovatie en ondernemerschap.
Dit kabinetsbeleid is daarop gericht. En door alles heen is de beschikbaarheid van arbeidspotentieel van groot belang. Daar kunnen initiatieven in de flexbranche veel aan bijdragen.”
 
deel uit het Interview: Hinke Wever, FlexNieuws